De Col de Finestre ontstond als een ‘once in a lifetime opportunity’. Oftewel een berg waar je niet zo snel in de buurt je (fiets-)vakantie viert, maar waar de mogelijkheid zich aandoet om hem op dat moment mee te pakken. Vergelijk de Etna als je op Sicilië vakantie viert. De eerste keer reed ik, na de fietsvakantie, met een metgezel de Col op. Twee dagen later zou ik met mijn gezin op vakantie gaan en mijn kompaan had een afspraak met een scharrel in Milaan. Destijds verbleven we in het stadje Suza.
De Finestre is een steile maar vrij constante klim met vele bochten. De eerste helft fiets je op een verharde weg door een bospad, dat in het tweede gedeelte overgaat in een onverhard pad boven de boomgrens. Boven kun je terugkeren, maar dan moet je dus ook de onverharde route afdalen. Je kunt ook de afdaling richting Sestrière nemen. Als je vanuit dit skidorp weer doorrijdt, kom je weer in Suza uit en heb je een mooie, klassieke ronde gereden.
Een paar jaar later waren we weer in de gelegenheid de Finestre te beklimmen, ditmaal tijdens een fietsvakantie.
Die dag was het bewolkt toen ik mijn fiets pakte. De etappe leidde via de Mont Cenis, vervolgens de Finestre en eindigen in Sestrière. Ik wilde snel vertrekken om een kleine voorsprong op mijn vrienden te hebben. Ik had geen bandenreparatieset mee, en wilde graag voor de groep aan de beklimming van de Sestrière beginnen. De beklimming van de Mont Cenis is redelijk eenvoudig. Het was zwaarbewolkt en mistig op de berg. Net voordat ik de top bereikte, begon het te regenen. De uitzichten op de top over het meer moeten geweldig zijn, maar er was vandaag niets te zien. Nadat ik het meer rondgereden had, daalde ik in de stromende regen af naar Suza. Ik werd drijfnat en ijskoud in de afdaling en besloot een korte stop te maken op het plein in Suza.
Het stadje Suza ontwaakte langzaam, ik had zin in een verse koffie op het terras. Ik overwoog mijn opties: in de regen het onverharde pad beklimmen of doorrijden naar Sestrière. Ik wist eigenlijk al dat er maar één optie was: ik zou de Finestre opnieuw beklimmen. En als ik dan toch zou gaan fietsen, kon ik maar beter zo snel mogelijk vertrekken.
De tocht begon door de stille straten van Suza, het asfalt glinsterde. De weg leidde al snel het bos in, waar de weg omhoog begon te lopen. De klim is eigenlijk constant steil, maar het asfalt was goed begaanbaar. Ik zigzagde door de talloze haarspeldbochten, omgeven door het groen van het bos. Het begon zachtjes te regenen, maar de bomen hielden het water tegen.
Zoals verwacht veranderde halverwege de klim de weg. Het asfalt maakte plaats voor een onverhard pad, bezaaid met grind en stenen. Het water stroomde in kleine modderstromen naar beneden. Ik twijfelde even, want de weg was slecht en ik schatte het karakter van de anderen in: dit wil niemand beklimmen. Mede daardoor wist ik dat ik het wel zou doen. Klimmen in de regen op het modderige pad zou een unieke ervaring kunnen worden.
Na een paar kilometer werd de weg steeds slechter, ik slipte over de weg, zocht een spoor in de steile bochten en probeerde vooral niet te vallen of uit te glijden. Hier, boven de boomgrens, word je normaal beloond met adembenemende uitzichten, alleen ook hier was vandaag alles mistig. De lucht was vochtig, de omgeving rustig en de stilte werd slechts doorbroken door het geluid van mijn banden die over het grind knarsten. Na ongeveer 16 km bereikte ik de top, gelukkig zonder lek te rijden en benieuwd hoe de anderen het ervan gaan brengen.



